Word een
Expert in Spirometrie

Reproduceerbaarheid van spirometrische indices

Variatiecoëfficiënt van FEV1, FVC, PEF en MEF50 (FEF50)De standaarddeviatie van herhaalde metingen van de FVC en de FEV1 bij dezelfde gezonde volwassen persoon bedraagt 90-200 mL, gemiddeld circa 150 mL (ref. 1).

De reproduceerbaarheid uitgedrukt als variatiecoëfficiënt varieert binnen gezonde personen tussen 0,3 en 11,4%. Het gebruik van de variatiecoëfficiënt veronderstelt dat de spreiding in metingen toeneemt bij grotere waarden van spirometrische indices, hetgeen meestal onjuist is. De reproduceerbaarheid over meerdere dagen is beter voor de FVC en de FEV1 dan voor instantane volumestromen; de figuur rechts toont dit voor gezonde adolescenten die dagelijks gedurende een week werden onderzocht.

Diurnal variability in FEV1 between subjects Het gekleurde gebied representeert één standaard deviatie boven en onder het gemiddelde(witte lijn). Verschillen in het niveau van FEV1 en FVC tussen personen zijn weggefilterd; de figuren tonen dus uitsluitend de variabiliteit tussen personen. De gegevens zijn ontleend aan een longitudinaal onderzoek van volwassenen (figuren gewijzigd naar ref. 2).

Diurnal variability in FVC between subjectsWordt niet op hetzelfde tijdstip van de dag gemeten dan wordt de reproduceerbaarheid mee door dagelijkse ritmiek in de functie beïnvloed. De hoogste waarden van FEV1 (figuur boven), FVC (figuur onder) en expiratoire piekflow worden gevonden omstreeks 12 uur; de variabiliteit binnen een dag is groter bij rokers, bij personen met respiratoire symptomen, en ook nog leeftijdsafhankelijk (ref. 2).

De korte termijn variabiliteit in FEV1 en FVC van longpatiënten is groter dan bij gezonden. Voor de FEV1 is het 95 percentiel van een toevallige verandering circa 200 mL, in de FVC circa 340 mL bij volwassenen (ref. 3).

Ref. 1 - Variabiliteit in spirometrische indices
1 Becklake MR. Concepts of normality applied to the measurement of lung function. Am J Med 1986; 80: 1158-1164.
2 Becklake MR, Permutt S. Evaluation of tests of lung function for ‘screening’ for early detection of chronic obstructive lung disease. In: PT Macklem & S Permutt (eds), The lung in the transition between health and disease. New York, Dekker, 1979, 345-387.
 
Ref. 2 - Longitudinaal gedrag van spirometrische indices
  Borsboom GJ, van Pelt W, van Houwelingen HC, van Vianen BG, Schouten JP, Quanjer PhH. Diurnal variation in lung function in subgroups from two Dutch populations: consequences for longitudinal analysis. Am J Respir Crit Care Med 1999; 159: 1163-1171.
 
Ref. 3 - Variabiliteit spirometrische indices bij patiënten
1 Tweeddale PM, Alexander F, McHardy GJR. Short term variability in FEV1 and bronchodilator responsiveness in patients with obstructive ventilatory defects. Thorax 1987; 42: 487-490
2 Sourk RL, Nugent KM. Bronchodilator testing: confidence intervals derived from placebo inhalations. Am Rev Respir Dis 1983; 128: 153-157.
3 Rozas CJ, Goldman AL. Daily spirometric variability. Normal subjects and subjects with chronic bronchitis with and without airflow obstruction. Arch Intern Med 1982; 142: 1287-1291
   
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer