Word een
Expert in Spirometrie

Longfunctie onderzoek in historisch perspectief


Hutchinson's subdivsion of lung volumesFig. 1 -Onderverdeling van de totale loncapaciteit volgens Hutchinson (1846).

De introductie van het gebruik van de spirometer door Hutchinson in 1846 [1] bleef lange tijd zonder klinische toepassing. Voor zover klinisch toegepast ging het vooral om de bepaling van de “vitale” capaciteit (VC), op grond van huidige terminologie de langzaam uitgevoerde expiratoire vitale capaciteit (EVC). Figuur 1 toont de onderverdeling van de totale longcapaciteit in EVC and residuaal volume uit Hutchinson’s publicatie. Het is met name door het werk van de Franse onderzoekers Tiffeneau en Pinelli [2] een eeuw later dat het spirometrische onderzoek uitgroeide tot de huidige norm, waarbij het geforceerde expiratoire volume in 1 seconde (FEV1) en de inspiratoire of geforceerde expiratoire VC (IVC resp. FVC) de diagnostische mijlpalen vormen. De geschiedenis van het spirometrische onderzoek is door Yernault in een zeer leesbaar artikel gedocumenteerd [3].

Een belangrijk probleem is dat resultaten van spirometrisch onderzoek sterk worden bepaald door de medewerking van de onderzochte, en door technische factoren; onderzoek moet dus volgens een strikt protocol worden uitgevoerd. De eerste poging om tot standaardisering van spirometrisch onderzoek te komen leidde in 1960 tot een rapport van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) [4]. Reeds in 1971 verscheen hiervan een vernieuwde versie [5], dat ook voorspelde waarden voor spirometrische indices, residuaal volume, totale longcapaciteit en functionele residuale capaciteit bevatte. Enkele jaren later werd in de Verenigde Staten standaardisering, die zich aanvankelijk beperkte tot spirometrisch onderzoek, ter hand genomen [6-7]. Door snelle technologische ontwikkelingen, sterk toegenomen inzicht in de pathofysiologie van longziekten, en de uitbreiding van het arsenaal van longfunctiemetingen, was een revisie van het EGKS rapport al spoedig noodzakelijk [8]. Daarna werden in de Verenigde Staten en Europa aangepaste aanbevelingen voor de standaardisering van het onderzoek gedaan; in Amerika beperkte dit zich tot de spirometrie, de Europese aanbevelingen hadden betrekking op een breed palet van longfunctietechnieken, en werden steeds vergezeld van referentiewaarden [9-12].

In 2012 kwam hierin een belangrijke verandering. Een werkgroep van de European Respiratory Society publiceerde nieuwe referentiewaarden voor de spirometrie gebaseerd op gegevens van >74.000 gezonde niet-rokers uit meer dan 30 landen; zij dekken het leeftijdsbereik van 3-95 jaar en zijn geldig voor 4 ethnische groepen. De bevindingen en aanbevelingen werden aanvaard door de European Respiratory Society, American Thoracic Society, Australian and New Zealand Society of Respiratory Science, Asian Pacific Society for Respirology, Thoracic Society of Australia and New Zealand en American College of Chest Physicians [13]. Zij kunnen dus als wereldstandaard worden beschouwd en zijn door fabrikanten in de spirometer software verwerkt.

Referenties

  1. Hutchinson J. On the capacity of the lungs, and on the respiratory functions, with a view of establishing a precise and easy method of detecting disease by the spirometer. Med Chir Trans (London) 1846; 29: 137–252. Link
  2. Tiffeneau R, Pinelli A. Air circulant et air captif dans l’exploration de la fonction ventilatrice pulmonaire. Paris Méd 1947; 37: 624–628.
  3. Yernault JC. The birth and development of the forced expiratory manoeuvre: a tribute to Robert Tiffeneau (1910–1961). Eur Respir J 1997; 10: 2704–2710. Link
  4. Jouasset D. Normalisation des épreuves fonctionnelles respiratoires dans les pays de la Communauté Européenne du Charbon et de l’Acier. Poumon Coeur 1960; 16: 1145–1159.
  5. Cara M, Hentz P (1971). Aide-mémoire of spirographic practice for examining ventilatory function, 2nd edn. (Industrial Health and Medicine series, vol 11) pp. 1-130.
  6. Ferris BC: Epidemiology Standardization Project. Am Rev Respir Dis 1978; 118 (Suppl, part 2): 1-120. Link
  7. American Thoracic Society. 1979. Standardization of spirometry. Am Rev Respir Dis 1979; 119: 831–838.
  8. Quanjer PH, ed. Standardized lung function testing. Report Working Party Standardization of Lung Function Tests. European Community for Coal and Steel. Bull Eur Physiopathol Respir 1983; 19: Supl. 5, 1–95.
  9. American Thoracic Society. Standardization of spirometry: 1987 update. Am Rev Respir Dis 1987; 136: 1285–1298.
  10. Quanjer PH, Helms P, Bjure J, Gaultier Cl, et al. Standardization of lung function tests in paediatrics. Eur Respir J 1989; 2, Suppl., 4:121s-264s.
  11. Stocks J, Quanjer PH. Reference values for residual volume, functional residual capacity and total lung capacity. ATS Workshop on Lung Volume Measurements. Official Statement of the European Respiratory Society. Eur Respir J 1995; 8: 492-506. Link
  12. Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Standardized Lung Function Testing. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-100. Erratum Eur Respir J 1995; 8: 1629.
  13. Quanjer PH, Stanojevic S, Cole TJ, Baur X, Hall GL, Culver BH, Enright PL, Hankinson JL, Ip MS, Zheng J, Stocks J; ERS Global Lung Function Initiative. Multi-ethnic reference values for spirometry for the 3–95 years age range: the global lung function 2012 equations. Eur Respir J 2012; 40: 1324–1343. Link
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer