Longgroei en -veroudering

Luchtwegafsluiting

Luchtwegafsluiting bij laag longvolumeBij een laag longvolume ontstaat potentieel een probleem. Plaatselijk kan het volume zover afgenomen zijn, dat de elastische retractiedruk van het longweefsel nul is. Wordt dan (nog) uitgeademd, dan leidt dit niet tot regionale longontlediging. Hoog gelegen longgebieden kunnen nog wel uitademen. Naarmate de uitademing vordert neemt het aantal gebieden dat niet meer kan uitademen toe, tegen de richting van de zwaartekracht in. Door hun gewicht worden onderliggende longgebieden gecomprimeerd, zodat de pleuradruk hoger wordt dan de atmosferische druk. Kleine intrapulmonale luchtwegen worden nu niet meer door hun omgeving open gehouden, maar samengedrukt. Er is sprake van luchtwegafsluiting ('airway closure').
Bij zo'n laag longvolume, en vooral bij een hele slappe long, kan locale luchtwegafsluting er dus toe leiden dat er helemaal geen alveolaire ventilatie is. Het langsstromende bloed zal zuurstofarm bloed aan de grote circulatie aanbieden; door de vorm van de oxyhemoglobine dissociatiecurve is het niet mogelijk dat dit door goede ventilatie van andere gebieden wordt gecompenseerd.

Conclusie

Bij de pasgeborene is er zowel sprake van een slappe long als van ademen op een heel laag longvolume, waarbij luchtwegafsluiting voorkomt. Dit wordt gebruikt ter verklaring van de lage zuurstofspanning die bij hen wordt gevonden.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer