Longgroei en -veroudering

Thorax: vorm en functie

Vorm en functie van diafragma bij pasgeborene en volwasseneEr is een belangrijk verschil in de manier waarop bij pasgeborenen en volwassenen het diafragma is uitgespannen. We bekijken de neonaat en de volwassene eerst in rechtop zittende houding. Bij volwassenen ligt het spierdeel van het diafragma tegen de onderste ribbenboog aan en rijst vrijwel recht omhoog, terwijl de pars membranacea vlak is uitgespannen. Dat is een zeer zinvolle constructie. Immers, als de diafragmaspier samentrekt wordt de pars membranacea als een parachute naar beneden getrokken. Doordat de long naar beneden wordt getrokken wordt ingeademd, en de pleuradruk daalt. Door dit laatste zou de ribbenboog naar binnen kunnen bewegen, hetgeen een uitademingsbeweging is. Echter, de benedenwaartse verplaatsing van het diafragma leidt tot verhoging van de intra-abdominale druk. Daardoor wordt de onderste ribbenboog lateraal geduwd. De starre, scharnierende borstkas zet daardoor uit en dit ondersteunt de inademingsbeweging.
Bij de neonaat is de geometrie ongunstiger. Het diafragma verloopt vlakker, het spiergedeelte ligt niet vlak tegen de ribbenboog. Door deze ligging is de diafragmaspier minder in staat de koepel naar onderen te verplaatsen; bij spierverkorting wordt de onderste ribbenboog naar binnen getrokken, een paradoxe adembeweging. Bij de diafragma-actie wordt de long opgerekt en dus ingeademd. Dit wordt ondersteund door de verhoogde intra-abdominale druk, maar minder efficiënt dan bij de volwassene doordat de buikinhoud een kleiner raakvlak heeft met de onderste ribben. Daarnaast wordt, omdat de thorax zo slap is, een deel van deze inademing ongedaan gemaakt doordat ten gevolge van de lagere pleuradruk de thorax iets naar binnen vervormd kan worden.
In liggende houding wordt door het gewicht van de buikinhoud het diafragma naar boven bewogen. Het longvolume is daardoor tijdens liggen kleiner dan in rechtop zittende of staande houding. De vorm van het diafragma wordt door de buikinhoud beïnvloed, waarbij het hoogste deel wat haakser ten opzichte van de thoraxwand gaat verlopen; dit is een minder gunstige uitgangspositie om het diafragma naar beneden te verplaatsen, maar door de toegenomen rek kan de spier werken op een gunstiger deel van de kracht-lengte kromme.

Conclusie

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer