Longgroei en -veroudering

Longelasticiteit, thorax en leeftijd

Elasticiteit van long en thorax op verschillende leeftijden
Longelasticiteit bij zieke en gezonde volwassenen

Vergelijking van de curven van de 20-jarige, die u eerder zag, met die van de pasgeborene, toont aanzienlijke verschillen. Bij de pasgeborene is de thorax buitengewoon slap: bij de geringste drukveranderingen ondergaat hij grote volumeveranderingen. Dat is op zich erg nuttig, want voor de passage door het geboortekanaal is het een groot voordeel als de thorax erg slap en vervormbaar is. Ook de long is erg slap. Daardoor ligt bij elastisch equilibrium het longvolume erg dicht bij het minimale volume dat de thorax kan innemen, en dat in hoge mate bepalend is voor het residuale volume (RV).
Bij de 20-jarige zijn zowel de long als de thorax stijver geworden, het residuale volume is naar verhouding lager geworden. De slappere long en de veranderingen in de eigenschappen van de thoraxwand na de adolescentie leiden er toe, dat het minimale longvolume (RV) stijgt, en dat de FRC ook moet stijgen.
Tijdens het verouderingsproces komt de thorax dus geleidelijk wat meer in inspiratiestand te staan: toegenomen zijdelingse en voor-achterwaartse diameter.
Bij longemfyseem (onderste figuur) kan de long zeer veel slapper worden dan normaal. Niet alleen kun je de long dan verder oprekken, zodat de TLC groter is dan normaal, ook het residuale volume en de functionele residuale capaciteit zullen sterk stijgen. Zulke mensen zijn herkenbaar aan de sterke inspiratiestand van hun thorax.

De elastische eigenschappen van longen en thorax veranderen dus tijdens groei en veroudering en leiden tot een verandering in het aandeel van RV en FRC in de totale longcapaciteit, en tot een verandering van de thoraxvorm; bij met name longemfyseem zijn de veranderingen in RV en FRC veel sterker uitgesproken.

Conclusie

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer