Longgroei en -veroudering

Elasticiteit van long en thorax

Elasticiteit van long en thorax bij neonaatWe kunnen de uit de thorax geïsoleerde long opblazen c.q. laten leeglopen, en het verband tussen het drukverschil over de long en het longvolume in een grafiek uitzetten. We krijgen dan een gekromde curve met een plateau: gaan we te ver met het oprekken van de long dan scheurt deze. De steilheid van de curve is een maat voor de stijfheid of de elasticiteit van de long als geheel. We voeren ditzelfde experiment uit met de thorax waaruit de long verwijderd is. In dit experiment is het rustvolume van de thorax (dat waarbij er geen drukverschil is en de elastische retractiedruk nul is) gelijk aan bijna 60% van het maximale volume dat de long kan innemen (totale longcapaciteit, TLC). Om de thorax een kleiner volume te laten innemen moeten we hem samendrukken, voor een groter volume moeten we hem opblazen (of een onderdruk buiten de thorax aanbrengen). Is de long in situ, dan oefenen thorax en long via de pleuraholte krachten op elkaar uit. In de tekening gaat het om een 20-jarige. Er is bij ± 35% van de TLC evenwicht tussen de elastische kracht die thorax en long op elkaar uitoefenen: de onderdruk in de pleura die ontstaat doordat de thorax een groter volume wil innemen is even groot als de druk die nodig is om de long tot datzelfde volume op te rekken. Als de FRC alleen zou worden bepaald door elastisch evenwicht, zou dit longvolume de FRC zijn. Door bij elk longvolume de drukken van thorax en long bij elkaar op te tellen verkrijgt men de elasticiteitscurve van het respiratoire systeem. Wilt u iemand beademen, dan geeft deze curve aan welke druk u moet toepassen om de long tot een bepaald volume op te blazen.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer