Longgroei en -veroudering

Wat u zult leren over longgroei?

Longgroei en longveroudering
  1. De lichaamslengte kan worden gebruikt om empirisch iets over longvolumes en volumestroom te zeggen, maar leidt niet tot begrip van wetmatigheden bij succesvolle groei, want houdt geen rekening met de veranderende verhoudingen tussen lichaamsdimensies tijdens de groei.
  2. Bij de groei moet een ongestoorde functie van het organisme als geheel gegarandeerd zijn. In de eerste jaren neemt het aantal alveoli en luchtwegen eerst toe, daarna is er sprake van alleen vergroting hiervan.
  3. Vanaf het 6de jaar lijken de longen en luchtwegen gelijkmatig in grootte toe te nemen: isometrische groei.
  4. Deze groei is niet anders bij patiënten met astma.
  5. Astmapatiënten hebben, net als zij die in de vroege jeugd longklachten hadden, ondanks een normale groei een geringere luchtwegdoorgankelijkheid.
  6. De elastische eigenschappen van longweefsel en van de thorax, de veranderingen die hierin met de leeftijd optreden en de veranderende vorm en eigenschappen van de thorax leiden er toe, dat pasgeborenen en bejaarden longgebieden hebben die tijdens de gewone ademhaling slecht of niet worden geventileerd (luchtwegafsluiting). De slechtere oxygenatie van bloed in zulke gebieden kan door de vorm van de oxyhemoglobine dissociatiecurve niet worden gecompenseerd door grotere ventilatie elders. Dit kan een verklaring vormen voor de lagere arteriële zuurstofspanning die bij hen wordt gevonden. Vooral pasgeborenen en peuters, en bejaarden, lopen daarom het risico dat bijv. virusinfecties tot uitgebreider luchtwegafsluiting leiden en daarmee tot sterke dalingen van de zuurstofspanning, met name in liggende houding.
  7. Al spoedig na de geboorte wordt een 'volwassen' kooldioxidespanning van het lichaam bereikt en tot hoge leeftijd gehandhaafd. Dit geeft aan dat de long op zijn stofwisselende taak is berekend.
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer