Longgroei en -veroudering

Groei van longvolume

Het is gebruikelijk in de geneeskunde om op grond van de lengte van een persoon te voorspellen hoe groot de longvolumes en andere longindices zijn. Dat geeft het vertrouwen dat de lengte een belangrijke schaalfactor is die we goed kunnen gebruiken bij de bestudering van het groeiproces. Is dat in de praktijk ook zo?

De FRC neemt toe als een machtsfunctie van de lengteHiernaast het verband tussen de FRC (functionele residuale capaciteit - het longvolume op het eind van een gewone uitademing) en de lichaamslengte van een groot aantal zuigelingen, peuters en kleuters. We beginnen bij een pasgeborene. We moeten eerst wat gevoel ontwikkelen voor de orde van grootte van afmetingen en volumes. Bij een gezonde pasgeborene van 50 cm kop-hak lengte is de FRC gemiddeld circa 80 mL. Dat is de inhoud van ongeveer ½ koffiebekertje. U ziet dat tijdens de groei de FRC niet-lineair toeneemt. Bij een 6-jarige met een lengte van 120 cm is het volume toegenomen tot circa 900 mL. Als in alle richtingen de dimensies (lengte, breedte, hoogte) naar verhouding toenemen (men spreekt dan van isometrische of isotrope groei), neemt de inhoud toe met de derde macht van de vergroting. Van 50 cm naar 120 cm is de toename een factor 2,4; deze factor tot de 3de macht levert op 13,8. De verwachte FRC is dus 80·13,8 = ±1100 mL. De werkelijke FRC van ± 900 mL blijft daarbij achter.

Conclusie

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer