Word een
Expert in Spirometrie

Regelmechanismen

Prejunctional en postjunctional factoren bij bronchiale hyperreactiviteit

'PRE-'EN 'POSTJUNCTIONAL' PRIKKELING

Prikkeling kan op verschillende manieren tot bronchoconstrictie leiden. We verdelen factoren die tot hyperreactiviteit leiden in 'prejunctional' en 'postjunctional'. Met 'prejunctional' mechanismen geven we aan dat er versterking is van de bronchusvernauwende prikkel; hierdoor treedt in principe een linksverschuiving op van de in vivo dosis-respons curve: hypersensitiviteit, reactie bij lagere concentratie. 'Postjunctional' factoren leiden tot een versterking van de bronchoconstrictoire respons. Daardoor neemt in principe de maximale bronchusvernauwing toe en kan er extreme luchtwegvernauwing optreden.

'Pre-' en 'postjunctional' factoren dragen bij aan de hyperreactiviteit van de onderste luchtwegen. Op den duur ontstaat bij astma en COPD hypertrofie en hyperplasie van gladde spiercellen en van klieren. De combinatie met spiercontractie, slijmsecretie, vasodilatatie, oedeem, ontstekingsinfiltraat en collageenafzetting in de luchtwegwand leidt dan tot vernauwing en luchtwegobstructie. Wat is de oorzaak en wat het gevolg van bronchiale hyperreactiviteit? Er zijn geen overtuigende aanwijzingen dat het primaire defect in gladde spiercellen, het autonome zenuwstelsel, mestcellen of een ander onderdeel van de luchtweg is gelegen (Barnes) of dat stoornissen niet secundair zijn aan het ontstekingsproces. Er zijn sterke aanwijzingen dat het gaat om een immunologische afwijking met een toename van het aantal en de activiteit van Th2 lymfocyten. Het gaat dan niet zozeer om een primaire afwijking in de luchtweg, maar om een verhoogde neiging tot een ontstekingsreactie: de luchtwegen zijn slechts het shockorgaan. Het pathofysiologische schema in de figuur kan behulpzaam zijn bij het begrijpen van bronchiale hyperreactiviteit. We hebben reeds gezien hoe de uitgangsdiameter van invloed is op de in vivo gemeten respons.

Barnes PJ. - Neural control of the human airways. Am Rev Respir Dis 1986;134:1289-1314.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer