Word een
Expert in Spirometrie

Regelmechanismen

'PREJUNCTIONAL' PRIKKELING

'Prejunctional' factoren verhogen in principe de sensitiviteit. Hiervan is sprake bij vergrote toegang tot het 'milieu interne' door beschadiging of afstoting van epitheel, zoals door 'major basic protein' of door virusinfecties (a). De kitlijsten ('tight junctions') tussen epitheelcellen kunnen verhoogd doorlaatbaar worden (b), maar ook kan de metabole functie van epitheliale cellen veranderen waardoor minder 'epithelial derived relaxant factor' of endopeptidasen worden aangemaakt. Epitheelcellen zijn ook in staat mediatoren en cytokinen te produceren waarmee cellen worden aangetrokken die de ontstekingsrespons versterken. Door toegenomen ontstekingsinfiltraat, vaatstuwing en plasma exsudatie (c) is er zwelling van bronchiale mucosa en submucosa. Hierdoor neemt de luchtwegweerstand enigszins toe; belangrijker is dat door gladde spiercontractie er nu een veel sterkere toename van de luchtwegweerstand optreedt dan bij de normale wanddikte.

Prejunctional en postjunctional factoren bij bronchiale hyperreactiviteitGeactiveerde ontstekingscellen, zoals macrofagen, mestcellen, eosinofielen, lymfocyten en neutrofielen (d), die in toegenomen aantallen in de luchtwegwand van astmatici voorkomen, maken ontstekingsmediatoren en cytokinen vrij. Tot zulke mediatoren behoren prostaglandinen, leukotrienen, adenosine-monofosfaat, plaatjes activerende factor, en vele interleukinen, die de niet-specifieke prikkelbaarheid verhogen. Mediatoren en cytokinen kunnen ook uit epitheliale cellen vrij komen (e.

Er is vermoed dat een abnormale functie van het autonome systeem een rol speelde bij bronchiale hyperreactiviteit, zoals door verhoogde cholinerge reflexactiviteit (f) en toegenomen prikkelgeleiding in cholinergische ganglia; overtuigende aanwijzingen voor een primair defect in het adrenerge systeem zijn echter niet gevonden. 'Prejunctional' bronchus-vernauwende prikkels worden door het excitatoire nonadrenerge noncholinerge (eNANC) systeem (f) versterkt. Een betwiste recente bevinding wijst op een tekort aan 'vasoactive intestinal peptide', waarschijnlijk een neurotransmitter die leidt tot non-adrenerge relaxatie, terwijl er in het systeem meer substance P aanwezig zou zijn, dat waarschijnlijk verantwoordelijk is voor non-cholinerge prikkeling. Afgezien daarvan is er waarschijnlijk directe zenuwprikkeling (axon reflex) door stoffen die op of in de mucosa belanden (b), of indirect via ganglioncellen (g). 'Prejunctional' prikkels kunnen ook sterker effect hebben doordat zij vertraagd worden afgebroken of afgevoerd (h), of een zwakker effect doordat zij worden afgevoerd via de bloedbaan.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer