Word een
Expert in Spirometrie

Inleiding

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

BEPALING IN DE PRAKTIJK

Bronchiale reactiviteit ten opzichte van vernauwende prikkels (meestal histamine of methacholine) en verwijdende stoffen (vooral ß2-sympathomimetica of anticholinergica) wordt afgeleid van veranderingen in luchtwegweerstand of in het geforceerde expiratoire secondevolume (FEV1). De vele stappen die er liggen tussen detoediening van de agonist via de bronchiale mucosa en de uiteindelijk optredende luchtwegvernauwing kunnen niet individueel worden vastgesteld, alleen het eindresultaat, de veranderde longfunctie.

Bij een provocatie-onderzoekt wordt

  1. eerst de uitgangswaarde van het FEV1 of van de luchtwegweerstand bepaald ....
  2. ... daarna wordt het oplosvloeistof voor de agonist als aerosol toegediend om uit te sluiten dat latere reacties werden uitgelokt door het oplosmiddel en niet door de agonist,
  3. ... gevolgd door toenemende doses (gewoonlijk wordt de concentratie van de agonist verdubbeld bij elke volgende provocatie).
  4. Het onderzoek wordt voortgezet tot de maximale concentratie is bereikt of totdat het FEV1 20% is gedaald dan wel de luchtwegweerstand is verdubbeld.
  5. De PC20 of PC200 worden door interpolatie afgeleid uitgaande van de concentratie agonist waarbij de vereiste respons (20% daling FEV1 of verdubbeling luchtwegweerstand) werd bereikt. Voor de PD20 wordt de dosis berekend op grond van de verandering in het volume (gewicht) van de vernevelaar gedurende een standaard toedieningstijd, en de concentratie van de agonist concentratie in de vernevelde oplossing.
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer