Word een
Expert in Spirometrie

Hyperreactiviteit

MATEN VOOR BRONCHIALE HYPERREACTIVITEIT

Bronchiale hyperreactiviteit bij matig ernstig astma, licht astma en bij gezonde persoon
Kilk op de afbeelding voor een gedetailleerde verklaring hoe dosis-respons curven worden verkregen, en hoe de sensitiviteit, reactiviteit en de maximale respons worden bepaald.
(Geduld, downloaden kost enige tijd, 95 KB).

De bronchusvernauwing wordt meestal beoordeeld aan het geforceerde expiratoire één-secondevolume (FEV1), het volume dat na een maximaal diepe inademing in één seconde kan worden uitgeademd. Soms wordt de verandering in luchtwegweerstand direct gemeten in een lichaamsplethysmograaf. Een toename van de weerstand gaat gepaard met een daling van de FEV1.

De bronchiale reactiviteit wordt uitgedrukt als de Provocatieve Concentratie of de Provocatieve Dosis waardoor het FEV1 met 20% van de uitgangswaarde daalt (PC20 resp. PD20). Wordt de daling bereikt bij x mmol/L agonist in de vernevelaar, dan wordt deze concentratie gerapporteerd als de PC20. Om de respons uit te drukken als PD20 dient bekend te zijn hoeveel mmol door de vernevelaar werd afgeleverd tot de FEV1 met 20% daalde. Men kan de bronchiale reactiviteit ook uitdrukken als de concentratie of de dosis agonist die de luchtwegweerstand verdubbelt, d.w.z. doet toenemen tot 200% van de uitgangswaarde (PC200 resp. PD200).

Relatie tussen luchtwegweerstand en FEV1

Links: Verband tussen luchtwegweerstand, bepaald in een lichaamsplethysmograaf, en FEV1 bij patiënten met COPD en astma. Zij hangen niet lineair samen, zodat aannemelijk is dat hun gevoeligheid voor veranderingen in luchtwegdiameter niet dezelfde is. De FEV1 wordt het meest toegepast voor bepaling van bronchiale reactiviteit.

Test nu uw kennis. Klik op 'Verder' voor 5 meerkeuzevragen. Beantwoording vergt 5-10 minuten.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer