Word een
Expert in Spirometrie

Hyperreactiviteit

LUCHTWEGREACTIVITEIT

Electronenmicroscopische opnamen van twee pollenLuchtwegen vernauwen bij blootstelling aan allerlei prikkels. Deze prikkels worden specifiek of aspecifiek genoemd. Prikkels die een immunologische respons uitlokken worden specifiek genoemd. De belangrijkste immunologische respons is type I, IgE gemedieerd en wordt in gang gezet door allergenen (atopie). Deze specifieke immunologische respons staat tegenover die op niet-allergische (niet-specifieke) prikkels, zoals histamine, methacholine en koude lucht. De reactie op stoffen met antigene eigenschappen is een kenmerk van atopisch astma.

Bronchiale hyperreactiviteit, onderzocht met histamine provocatie test, bij matig ernstig astma, mild astma en bij gezonde persoonHuisstofmijt, een van  de uitlokkers van bronchiale hyperreactiviteitEr zijn veel antigenen bekend die luchtwegvernauwing kunnen uitlokken. Zo leeft de huisstofmijt van huidschilfers afkomstig van mensen en dieren. De uitwerpselen van de huisstofmijt bevatten antigenen die zich in huisstof en bedden ophopen. Inademing van dit antigene materiaal kan tot een ontstekingsproces in de luchtwegen van atopische individuen leiden. Andere antigene stoffen zijn dierlijke huidschilfers (bijv. van kat, hond, paard), pollen van planten (bijv. gras- en boompollen), of schimmelsporen. Bronchi van niet-astmatici vertonen geen reactie op zulke agentia, echter wel op 'niet-specifieke' prikkels, maar minder sterk en pas bij hogere doses dan bij astmatici.

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer